Het was laat. Lange dag, vier uur rijden voor de boeg, en duidelijk trek in patat. Anne-Marie Vissers zag door het raam vanuit een afstand de verlichte menuschermen in de tankstationsruimte: hamburgers, patat, broodjes, snacks. De verwachting was gezet nog voor ze naar binnen stapte.
Aan de balie hoorde ze: geen patat vandaag, te weinig personeel. Alleen wat er in de koeling ligt.
Dat is het moment waarop iets kleins een stevige indruk achterlaat. Het gaat hier niet om het ontbreken van patat op zich. Het gaat om de kloof tussen wat het scherm beloofde en wat er geleverd kon worden. Die kloof voelt de klant direct, zelfs als ze begrijpt dat ziekte of personeelstekort iets is dat elke onderneming kan overkomen.
'Als je patat in je hoofd hebt, wil je geen sandwich.' Dat klinkt simpel, maar het raakt iets wezenlijks in klantpsychologie: verwachtingen die zijn gewekt, moeten ergens landen. Als ze nergens landen, verdwijnt de klant met een gevoel van teleurstelling. En teleurstelling is een van de stilste signalen die er zijn.